• 900x270pixels-1
  • 900x270pixels-2
  • 900x270pixels-4
1 2 3
 

Vrije ruimte en toepassing van de concernregeling

Bron: 12-09-2018
Een uitgever overschrijdt in 2015 de vrije ruimte van de werkkostenregeling en wil daarom samen met een zustervennootschap die nog vrije ruimte overheeft de concernregeling toepassen. Een buitenlandse aandeelhouder houdt alle gewone aandelen in de uitgever. Deze aandelen vertegenwoordigen ongeveer 59% van het geplaatste aandelenkapitaal. Een preferente aandeelhouder houdt het overige geplaatste kapitaal. De buitenlandse aandeelhouder heeft de aandelen in de zustervennootschap op 16 februari 2015 verkregen. Het eerste bod op deze aandelen dateert van 30 juni 2014 en op 1 september 2014 is dat bod geaccepteerd.
In geschil is of de zustervennootschap per 1 januari 2015 kan worden aangemerkt als een met de uitgever gezamenlijk in concernverband opererende inhoudingsplichtige en daarmee aanspraak kan maken op toepassing van de concernregeling.
In de wet is opgenomen dat een inhoudingsplichtige gezamenlijk met een andere inhoudingsplichtige in concernverband opereert, indien gedurende het gehele kalenderjaar:

de inhoudingsplichtige voor ten minste 95% belang heeft in die andere inhoudingsplichtige;
die andere inhoudingsplichtige voor ten minste 95% belang heeft in de inhoudingsplichtige, of
een derde voor ten minste 95% belang heeft in de inhoudingsplichtige, terwijl deze derde tevens voor ten minste 95% belang heeft in die andere inhoudingsplichtige.

Uit de wetsgeschiedenis is af te leiden dat de juridische en economische eigendom voor de toepassing van de concernregeling doorslaggevend zijn, en dat wordt aangesloten bij het nominaal gestort kapitaal. Op basis van de wettekst en de wetsgeschiedenis, kan de uitgever geen aanspraak maken op toepassing van de concernregeling.
Bron: Rb. Noord-Holland 31-01-2018 (gepubl. 06-09-2018)