• 900x270pixels-1
  • 900x270pixels-2
  • 900x270pixels-4
1 2 3
 

Zes maanden voorwaardelijk voor frauderende bestuurder

Bron: 14-12-2017
Een bestuurder van een bv werd ten laste gelegd dat hij feitelijk leiding heeft gegeven aan het opzettelijk doen van onjuiste btw-aangiften over het jaar 2013. Hij werd hiervoor strafrechtelijk vervolgd. Volgens de bestuurder was dit ten onrechte, omdat bij hem (voorwaardelijk) opzet ontbrak en omdat hij vertrouwde op zijn boekhouder en belastingadviseur en veronderstelde dat hij de betreffende aangiften kon laten doen zoals dat was gedaan. De rechtbank verwerpt dit verweer. De bestuurder had verklaard dat veel facturen de deur uitgingen, maar op het moment dat de Belastingdienst moest worden betaald, de facturen vaak nog niet waren voldaan en dat daardoor de Belastingdienst nog niet kon worden betaald. In die situatie werd er dan wat geschoven. Aan het eind van het jaar, wanneer het boekjaar wordt opgemaakt, zou volgens de bestuurder alles worden gecorrigeerd en door middel van het indienen van suppletieaangiftes worden rechtgetrokken. Een medewerker van het administratiekantoor dat de boekhouding van de bv en de bestuurder deed, heeft verder verklaard dat het vermoeden van de Belastingdienst dat de periodieke aangiften btw in 2013 in opdracht van de bestuurder structureel zijn verlaagd juist is. Hieruit maakt de rechtbank op dat de bv opzet heeft gehad op het (laten) doen van onjuiste aangiften. Het voornemen om bij een suppletieaangifte btw de juiste omzet te vermelden doet aan deze conclusie niet af, nu volgens de rechtbank de suppletieaangifte niet is bedoeld voor het oplossen van liquiditeitsproblemen van ondernemers, en bovendien de strafbare feiten reeds waren voltooid. Omdat de bestuurder feitelijk leiding gegeven heeft aan deze strafbare handelingen, veroordeelt de rechtbank de bestuurder tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.
Bron: Rb. Amsterdam 8-11-2017